Camino is een Spaans woord en betekent “weg”. Caminar betekent “wandelen” en als je het over “de Camino” hebt, dan bedoel je de wandeling naar Santiago de Compostella. De hoofdstad van Galicië.
Het is een oude pelgrimstocht die door velen gemaakt is. Ook in Spierdijk ken ik er twee, want zus Alice en ook Vronie Spil hebben deze wandeling vanuit Spierdijk gemaakt.
Ik heb hem ook gedaan maar dan vanuit Porto, de stad in Noord-Portugal. Het is een wandeling van ongeveer 260 kilometer. Ik deed het met Emil en we deden het in 13 dagen. Iedere dag dus ongeveer 20 km, in de praktijk méér want je loopt ná de wandeling ook altijd nog naar restaurants en/of een leuk terras.
Het was een groot avontuur. Het wandelen was prachtig. Het landschap in Noord-Portugal en Galicië is prachtig. Het is groen en er is heel veel water. Spanje en Portugal lijden aan een constant water tekort maar niet in die hoek. We zijn vier rivieren overgestoken! Overal heb je beekjes en stroomversnellingen.
Emil en ik zijn toeristen maar er zijn ook vele pelgrims die deze tocht maken. De echten slapen in “Albergues”. Dat zijn hostels waar iedereen bij elkaar ligt, soms met 30 man op één slaapzaal. Daar krijg je voor een klein prijsje een slaapplek, een maaltijd en soms ook nog een ontbijt. Ook mogen deze hostels pelgrims niet weigeren, maar dan moet je wel je pelgrim pas laten zien. Wij probeerden het een keer met een creditkaart maar dat werkte niet.
Na een dag wandelen, zeg maar na zo’n ruim 20 kilometer, kwamen we aan in ons hotel. Dan gingen we douchen en even slapen om zo rond een uur of 5 een restaurant of mooi terras op te zoeken. Daar gingen we eten en/of borrelen en hadden we als belangrijkste taak om het volgende hotel te regelen. Altijd twee kamers en/of appartementen zodat je je privacy had en geen stress van je maat zijn gesnurk of nog erger. Appartementen hadden we ook een keer of drie. Dat was ook prima, maar dan moet je je ontbijt langs de weg opscharrelen. Dat was vooral in Portugal top. Daar heb je “pastelarias”. Dat zijn bakkerijtjes waar ze prima koffie verkopen, verse jus d’orange maken en een lekker broodje en dat alles voor een habbekrats. We kozen meestal voor géén ontbijt in de hotels!
Naarmate je dichter bij Santiago komt, kom je meerdere wandelaars/pelgrims tegen. Je herkent ze makkelijk want we hebben allemaal een grote rugzak. Letterlijk dus deze keer. Ze komen echt overal vandaan. Zuid-Korea, Oekraïne, Australië, Ecuador om maar een paar uitschieters te noemen.
Ook een meisje uit de USA, niks bijzonder zou je denken maar ze deed er heel aarzelend over. Eerst zei ze dat ze uit Canada kwam maar later “bekende” ze dat ze een Amerikaanse was. Vreemd natuurlijk maar erover doorpratend vertelde ze dat ze de dag ervóór uit een restaurant gezet was omdát ze Amerikaanse was. “We bedienen hier geen Trump aanhangers” werd haar verteld. Triest verhaal maar zo kan het ook gaan dus…
Wij hadden betere ervaringen. We hebben meerdere keren enorm gezellig een borrel gedronken met mensen uit allerlei landen en die kom je dan weer een dag of drie later zo weer tegen. Hoe leuk is dat.
Toen we in Santiago aankwamen hadden Corina en Loes een prachtige poster gemaakt en stonden ze ons daarmee op te wachten. Geweldig leuk!
We namen nog een kleine vakantie en verbleven een paar nachten in Santiago en dat is toch een prachtige stad met zijn fantastische binnenstad. Daar kwamen we nog weer diverse medewandelaars tegen en zo leek het ook nog wel een kleine reünie.
Wim Laan