Als ik het schrijf zoals hierboven dan wordt hij gemakkelijk gelinkt aan Olivier B. Bommel. Een stripverhaal uit mijn jeugd. Tom Poes is die witte kat en is de maat van die beer met die rood gestreepte gele jas. Maar die bedoel ik in dit geval niet, ook de gelaarsde kat heeft er niks mee te maken. Ik bedoel die gebakjes met de roze bovenkant en de gele, dikke vla. Die schrijf je meestal als “tompouce” maar ook “tompoes” mag.
Als praktiserend meelboer kom ik meestal “onder koppiestijd” bij mijn klanten want dan hebben ze tijd om te praten. Als ze aan het werk zijn moeten ze niet zo’n “pôtenloper” op het erf hebben want dan schiet het werk niet op. Ik weet dat al jaren dus ik kom onder koppiestijd. Dat gaat af en toe gepaard met een koekje en (vooral vroeger) eet ik er wel eens een paar teveel.
Op een keer zat ik bij mijn klant en dat waren 3 broers die samen woonden. Van de oudste mocht ik de trommel rustig leeg eten maar van de jongste niet. Dus toen ik aan koekje nummer 5 begon kreeg ik direct het bevel om te stoppen van, zeg maar junior. Die was ook al 75 maar dat maakte niet uit. “Jan, blijf kalm”, zei ik, “ik neem volgende week koek mee”.
Dus deed ik dat, ik deed het extra goed want ik had tompoucen mee. Nou dat heb ik geweten. De mannen zaten alle drie aan tafel toen ik kwam en we gingen lekker aan de tompoucen. Nou vereist dat een klein beetje techniek om die dingen op te eten en het kan op vele manieren. Deze mannen deden het gewoon maar met de hand, zoals je een appel eet zeg maar. Dus binnen een paar minuten zaten de mannen onder de slagroom, de pudding en het roze smeerseltje wat er boven op zit.
Het gesprek leed er niet onder want dat ging rustig door. Dat wil zeggen alle drie tegelijk praten en eten en alles richting mij!! Dus ik kreeg een kanonnade aan “tompoes” naar me toe waarbij me de trek in tompouce en conversatie wel wegebde. Dit nooit meer dacht ik en nam op dit adres voortaan keurig 1 koekje.
De beste tompoucen haal je bij bakker Bes in Spanbroek. Dat bakkertje recht tegenover het oude raadhuisje. Wel een aparte man maar uitstekende tompoucen. Ik kwam binnen bij hem en bestelde een pakje roggebrood, want daar kwam ik aanvankelijk voor.
“Dat heb ik niet” zei ie.
“Hé apart” zei ik, “een bakker die geen roggenbrood heeft”.
“Vuzellef niet” zei ie, “want dat vreet gien mens”.
Westfriezer kon het bijna niet dacht ik en ging niet in discussie. Ik wilde toch wat meenemen bij hem dus nam ik maar wat tompoucen mee want ik ging ook weer eens een koppie doen bij een klant. Mijn klant zag me aankomen met iets in mijn handen en hij zei tegen zijn maat die er al zat: “Als Willem komt zet ik de schoteltjes vast klaar”.
Voor de break had ik er 2 extra dus er was niks aan de hand en we gingen lekker, beschaafd aan de tompouce. “Het is lekker eten” zei ik, “maar het vereist toch altijd wat handigheid om zo’n ding op te eten”.
“Ja maar als jij elke 14 dagen zo’n ding mee heb kijk je er na verloop van een jaar van op hoe handig we er in zijn”, was het antwoord van mijn klant en daar had ik toch niet van terug.
Wim Laan